Warning: Parameter 1 to cms_module_Lang() expected to be a reference, value given in /home/reanimer/public_html/lib/classes/class.module.inc.php on line 2003
Asystolie- Functie van het hart

Anatomie van het hart

 

Het hart is eigenlijk een spier die als een pomp werkt. Het hart pompt het bloed met zuurstof en voedingsstoffen via de slagaders naar alle delen van het lichaam. Afvalstoffen worden via het bloed afgevoerd naar de nieren, de lever en de longen.
Het hart is opgebouwd uit een rechter en een linker helft. Elke helft bestaat uit een boezem (ook wel atrium genoemd) en een kamer (ook wel ventrikel genoemd). De rechter- en de linkerharthelft zijn van elkaar gescheiden door een tussenschot (ook wel septum genoemd).

De beide kamers zijn met de grote slagaders verbonden.

Vanuit de rechterkamer gaat een slagader naar de longen (arteria pulmonalis).

Vanuit de linkerkamer gaat een slagader naar het lichaam en heet daarom grote lichaamsslagader (aorta).

Het bloed wordt uit de linkerkamer door de aorta het lichaam ingepompt. Daar geeft het zuurstof en voedingsstoffen aan alle organen af en neemt het afvalstoffen op. Het zuurstofarme bloed keert via de aders (venen) vanuit het lichaam terug in de rechterboezem. Vanuit de rechterboezem komt het bloed in de rechterkamer en daarna in de arteria pulmonalis. In de longen wordt koolzuur (CO2) afgegeven en weer zuurstof (O2) opgenomen. Hierna komt het zuurstofrijke bloed via de linkerboezem in de linkerkamer, die het bloed via de aorta weer het lichaam inpompt.

 
Doorbloeding van het hartHart met coronairen

Om al dit werk te kunnen doen, heeft het hart zelf ook bloed (en dus ook zuurstof) nodig. Dat krijgt het via een stelsel van slagaders die om het hart heen liggen, de kransslagaders (coronaire vaten). De coronairvaten ontspringen direct aan het begin van de aorta. De doorbloeding van de coronairen vindt voornamelijk plaats tijdens de diastolische fase. In de systolische fase zijn de coronairen nauwelijks doorgankelijk gezien de spierspanning die dan op de ventrikels staat.         

In totaal kent het hart 3 coronair vaten te weten:

- RCA   (Rechter coronair)                  Right Coronair Artery

- LAD    (Linker coronair)                   Left Anterior Decending

- RCX   (Rondlopende coronair)          Ramus Circumflex

 

Right Coronair Artery
Deze coronair loopt vrijwel parallel op grens van het rechter atrium en rechter ventrikel. Het voorziet naast rechter atrium/ventrikel ook een septaal van bloed en niet onbelangrijk de sinusknoop en soms de AV-knoop (afhankelijk van de anatomie)!


Left Anterior Decending
Deze coronair ontspringt vanuit de hoofdstam en loopt voorlangs over de linker ventrikel. Het voorziet de voorwand van de linker ventrikel, het septum en apex van bloed. Problemen in dit vat kunnen als gevolg hebben dat er geleidingsstoornissen optreden gezien de doorbloeding van de bundeltakken die in het septum gelegen zijn.

Ramus Circumflex

Deze coronair loopt op de grens van linker atrium en linker ventrikel. Het voorziet met name de zij-kant en achterkant van het hart van bloed.

In de bovenste figuur ziet u hoe de coronairen over het hart heen lopen.

De Hartkleppen

Tussen de atria en ventrikels en tussen de ventrikels en slagaders zitten kleppen. Deze kleppen voorkomen dat het bloed terugstroomt. Tussen de rechterventrikel en de arteria pulmonalis zit de longslagaderklep (pulmonalisklep). De klep tussen de linkerventrikel en de aorta zit de lichaamsslagaderklep (Hartkleppenaortaklep). Ook tussen de atria en ventrikels zitten kleppen. De klep tussen het linkeratrium en linkerventrikel heet mitralisklep. De klep tussen rechteratrium en rechterventrikel is de tricuspidalisklep.

 
  • Right/Left atrium (Rechter/Linker atrium)
  • Right/Left ventricle (Rechter/Linker ventrikel)
  • Tricuspid valve (Tricuspidaal klep)
  • Pulmonary valve (Pulmonaal klep)
  • Mitral valve (Mitralis klep)
  • Aortic valve (Aorta klep)

 

 
 
 
 
 
De Hartgeleiding
Het bloed stroomt doordat middels elektrische impulsen, die ontstaan vanuit de sinusknoop, de spierwanden van de atria en ventrikels ritmisch samentrekken.

Zoals gezegd ontstaat de impuls in de sinusknoop (de natuurlijke pacemaker van het hart) en wordt verder geleid via een netwerk van gespecialiseerde vezels. Omdat de atria en de ventrikels zijn geïsoleerd, kan de impuls van de sinusknoop niet zo maar van de atria op de ventrikels overgaan. Die elektrische verbinding zit in de AV-knoop (atrioventriculaire knoop). Deze vangt de impuls van de atria op en geeft het met een kleine vertraging (normaal binnen 0,20 sec.) door aan de bundel van His, een geleidingssysteem in het septum. Die zenuwbundel geeft de impuls via een fijn vertakt stelsel van kleinere vezels (vezels van Purkinje) door aan de ventrikels waardoor deze samentrekken.

Bij een volwassene trekt het hart in rust zo'n 60 tot 80 keer per minuut samen. Tijdens inspanning kan dat oplopen tot 160 à 180 keer per minuut. Bij een pasgeboren baby kan het hart tussen de 80 en 200 slagen per minuut slaan. Hoe ouder het kind is, des te langzamer het hart gaat slaan. Bij alle leeftijden geldt een hartslag van ca. 220 en hoger als afwijkend!

 

 


vorige pagina: Achtergrond
volgende pagina: De circulatie